Van
zuring (Rumex) zijn vele soorten bekend.
Zuring neemt het niet zo nauw met z'n kruisbestuiving; er komen
veel bastaarden voor.
Egyptenaren, Grieken en Romeinen verzamelden zuring als
tafelkruid.
Vette maaltijden werden ermee te lijf gegaan.
Het
smaakt naar citroen en bevat veel vitamine C.
Zuringbladen kunnen als salade of als spinazie worden
klaargemaakt of om in een heldere bouillon te doen.
Als
zuringpap met krenten en rozijnen zijn ze een bijzondere
delicatesse.
Veldzuring komt van nature in grasbermen, weilanden en ruigten
voor. Bijna overal waar de grond goed vochtig is.
Veldzuring heeft pijlvormige bladeren en bloeit met rode
bloemdekbladen.
De plant wordt tussen de zestig centimeter tot een meter hoog.
In mei - juni bloeit de plant met een flinke bloempracht.
Het
wordt ook gekweekt voor gebruik in de keuken. Spaanse
zuring schijnt het lekkerste te zijn om gerechten mee te bereiden.
Wanneer
vaak zuring wordt gegeten, is de kans aanwezig dat zich
calciumoxalaat in de vorm van steentjes vormt (nierstenen).
Drentse benamingen voor zuring zijn: zoerblad - zoerling en
zoerstang.
De bloedzuiverende werking van de veldzuring heeft deze plant
de
naam zuvelink bezorgd.