DE POOLSHOOGTE
(de Bloedberg of Brandheuvel)

  Wie hier door de uitgestrekte bossen dwaalt, kan 
  zich moeilijk voorstellen, dat in dit gebied negentig 
  jaar geleden niets anders dan stuifzand en heide te
  aanschouwen viel.
  Staatsbosbeheer begon er in 1914 
in het kader van 
  de werkverschaffing grootschalig te ontginnen. 
  Werklozen spitten de woeste grond om, legden
  windsingels en paden aan en plantten dennen,
  fijnsparren en eiken. 
  In 1926 
werd het werkverschaffingwerk enige
  jaren stilgelegd, maar in 1931 begon een tweede
  ontginningsperiode. Toen was inmiddels boswachter
  Meelker met het toezicht op het zich ontwikkelende
  bosgebied belast. Meelker woonde in Exloo in de
  boswachterswoning aan de Boslaan. Zoals hij 
  temidden van zijn bossen leefde, zo leefde hij ook 
  vóór zijn bossen. 
  Er moest met de uiterste zorg gewerkt en aangeplant worden en de arbeiders dienden dus zijn aanwijzingen
  strikt op te volgen. Bij ook maar de geringste tekortkoming zwaaide er wat. Meelker dacht aan alles en dus 
  ook aan de nachtmerrie van elke boswachter: brandgevaar. Er zou een uitzichtheuvel moeten komen, 
  vanwaar men tijdig zou kunnen waarschuwen.

  Dus gingen in 1934  de arbeiders aan het werk om met schop en kruiwagen die heuvel volgens Meelkers
  aanwijzingen aan te leggen. Het ontwerp was van zijn zoon, die landmeter was en die ook de naam 
  ‘Poolshoogte’ bedacht. Uitziende over het bos zou men immers pools­hoogte kunnen nemen. Heel bijzonder 
  aan het ontwerp was, dat rondom de heuvel twee paden moesten worden aangelegd. Een om omhoog te 
  lopen en een om af te dalen. Meelker en zijn zoon waren erg tevreden over het ontwerp.

  Dat waren de arbeiders ook wel, maar niet zo zeer over de uitvoering ervan. Het kruien werd naarmate de 
  heuvel vorderde, steeds zwaarder en toen een hoogte van vijf meter bereikt was zo zwaar, dat er een 

  spontane staking uitbrak. Een journalist, die een reportage kwam maken, was dermate onder de indruk van 
  het zwoegen van de arbeiders, dat hij de heuvel in aanbouw omschreef als ‘De Bloedberg van Exloo.’

  Boswachter Meelker, aanvankelijk zeer verbolgen, bond na de ruimschoots over hem uitgestorte negatieve
  publiciteit toch maar in. Er kwam een met paardenkracht aangedreven lier, die over een smalspoor kipwagens
  met aan de voet van de heuvel uitgegraven grond omhoogtrok. Zo kwam de heuvel dan toch klaar. 
  Op de top verrees een koepelvormig gebouwtje voor de uitkijk en in een liggende zwerfkei ernaast werd de 
  naam ‘Poolshoogte’ gebeiteld. Oh ja, boswachter Meelker had in de omgeving ook nog twee grote stenen
  ontdekt, waarvan hij dacht, dat ze vroeger één geheel gevormd hadden. Hij liet de stenen naar de heuvel
  transporteren en daar op elkaar plaatsen. En ja hoor, ze pasten precies!

  Poolshoogte voldeed volledig aan de verwachtingen en bood een niets verhullend uitzicht. Maar de bomen
  werden hoger en tenslotte zag men door die bomen het bos niet meer. Er werd een houten toren geplaatst, 
  die op de duur ook weer te laag werd bevonden. Aan het eind van de jaren vijftig werd hij dus vervangen 
  door een stalen toren, die aanvankelijk zelfs opengesteld werd voor het publiek. Bij mooi weer bood hij een
  prachtig uitzicht over een groot deel van de provincie.

  Nu bewaakt Staatsbosbeheer zijn bossen met vliegtuigen en de stalen toren is niet alleen afgedankt, maar 
  ook afgebroken. Gelukkig kwam alles toch weer goed. In het kader van een project het gebied rond 
  Poolshoogte nog aantrekkelijker te maken, werd op vrijdag 21 januari 2000
een nieuwe uitkijktoren op de 
  heuvel geplaatst. Hij is negentien meter hoog, vrij toegankelijk voor publiek en biedt een vrij uitzicht in alle
  richtingen. De heuvel, die in de volksmond nog steeds de Bloedberg heet, het uitgegraven gazon en de
  tweedelige steen zullen door deze verheugende ontwikkeling nog vele jaren blijven bestaan. Zij herinneren 
  aan de zwoegende arbeiders en aan boswachter Meelker, ook al zullen weinig toeristen en dagjesmensen 
  hieraan denken, als ze dit uitgezochte plekje bezoeken.



Op leeftijd werd niet gekeken.
Onder leiding van boswachter Meelker
werden ook jonge mannen betrokken bij
de onmenselijk zware arbeid. 

  Er bestaat discussie over de vraag wat Drenthes hoogste 
  plek is. 
  De Poolshoogte, een heuvel van een meter of 15, door
  mensenhanden aangelegd begin jaren dertig en die 38 meter
  boven NAP ligt.
  Denk je de heuvel weg, dan keldert de Poolshoogte op de 
  ranglijst van de Drentse toptien. Kanshebber wordt dan de
  Leewal, enkele kilometers verderop, nabij het gelijknamige
  zwembad. De top van de 4 meter hoge zandverstuiving ligt,  
  op 28,3 meter boven NAP.

  De "uitkijktberg", die grotendeels werd aangelegd met schop 
  en kruiwagen met het zand van waar nu een groot speel- en
  zonneweide is gesitueerd.

  Voor Drentenaren die destijds karrenvrachten zand naar 
  boven sjouwden, staat de Poolshoogte te boek als de
  "bloedberg.” 
  Niet zelden braken er stakingen uit om te protesteren tegen 
  de belabberde werkomstandigheden. Dit resulteerde in iets
  betere wekomstandigheden:
  Er werden lorries ingezet die met behulp van een lier door
  paarden omhoog werden getrokken.

 

   


  De grote zwerfkei voor het terras van 
  De Poolshoogte.

  Deze (gespleten) kei is vanuit Scandinavië met het landijs
  naar de Poolshoogte gebracht. Met de aanleg van de
  brandtoren en het omliggende bos (ca. 1937) is een deel
  van deze steen gevonden. Kort daarna ontdekte men vlakbij
  het andere deel.
  Het moet zo zijn dat de splitsing hier heeft plaatsgevonden.
  Het grootste deel is blijkbaar door zand en water afgesleten.
  Het kleinste deel heeft waarschijnlijk onder de grond gelegen
  en zodoende geen last gehad van slijtage.

  Op Kibbelveen bij een boerderij aan de noordkant staat ook
  een soortgelijke gespleten zwerfkei.

 

 


naar boven