|







| |
PAASVUUR
Paas-maandag
's morgens paasbult opbouwen
Paasvuur om 20:00 uur
locatie: op de driesprong Torenweg / Hingstakkerweg / Kerkakkerweg
De voor-christelijke of heidense betekenis van paasvuren was het
beëindigen van de winter, waarbij het vuur bedoeld was om de
donkere dagen voorgoed te verdrijven. Een andere verklaring is dat met
het vuur voorspoed voor het komende groeiseizoen
gevraagd wordt.
De reden dat het paasvuur vaak op een heuvel of andere verhoging wordt
aangelegd zou te maken hebben met het geloof dat het
licht, de rook of de as van het vuur, zover als deze reikte, de velden
vruchtbaar zou maken.
Christelijke verklaringen voor het paasvuur dragen deze elementen in zich,
maar geven als reden het betuigen van dankbaarheid
voor de opstanding van Jezus en de overwinning op de dood.
Er is geen vaste dag waarop het vuur wordt ontbrandt; dit kan zowel op
Eerste als op Tweede Paasdag gebeuren.
Het opbouwen en branden van de paasvuren was omgeven door allerlei
traditionele gebruiken en rituelen; per plek had men zijn
eigen gebruiken. Het selecteren en naar de vuurplek brengen van de boom
die de basis van het vuur zou vormen was vaak al een
feest op zich. Daarna trok men het bos in om allerlei brandbaar materiaal
te zoeken. In andere gebieden verzamelde men alles wat
in de afgelopen winter nutteloos was geworden. Wanneer het vuur niet wou
branden betekende dit een slecht jaar en er werd dan
ook alles aan gedaan om er voor te zorgen dat het vuur hoe dan ook zou
branden.
Er ontstond een concurrentiestrijd tussen de verschillende dorpen: hoe
hoger, mooier of beter het vuur brandde, hoe sterker de
aan het vuur toegeschreven krachten. Wanneer de paasbult van een naburig
dorp voortijdig in de brand gezet kon worden
betekende dit een vernedering voor de bewoners van dat dorp, en een
slecht landbouwjaar.
Het laten ontbranden van het vuur is een eretaak voor bestuurders, de
dominee, priester of de landeigenaar. Vaak werd er een ton
gevuld met brandbaar materiaal of een stropop of iets dergelijks bovenop
de bult gezet. Vloog deze in brand dan werd met borrels
rond gegaan; het feest begon dan pas echt. Als het vuur wat minder hoog
brandde sprong de jeugd door de vlammen om hun
moed te tonen en meisjes werden door de jongens ingesmeerd met houtskool.
Ondanks de opname in de christelijke liturgie werden de paasvuren
krachtig bestreden door de kerk. Met name de heidense en
bijgelovige rituelen die het vuur omringden en het overdadige drinken,
eten en dansen zou maar tot onzedelijke uitspattingen
leiden.
Toch lijkt het paasvuur aan het begin van de twintigste eeuw minder
populair te worden.
Met name de sterke afname van het aantal paasvuren in de provincie Drenthe is opmerkelijk.
Op sommige plaatsen
wordt het gebruik nog met moeite door kinderen in stand
gehouden.
Door veranderde opvattingen over het (bij)geloof en de
agrarische vernieuwingen lijken het
geloof in de werking en het nut van de paasvuren verdwenen. Hoewel het paasvuur steeds
meer een
sociale gebeurtenis is, voelen maar weinigen zich geroepen de eeuwenoude traditie
in stand te houden. Dit wordt versterkt
doordat in de tweede helft van de twintigste eeuw
paasvuren soms tot een soort openbare vuilverbrandingen verworden. Alles
wat men kwijt
moet komt op de bult; de overlast en verontreiniging nemen toe. Met het aanscherpen van de
milieuwetgeving
worden veel paasvuren niet meer toegestaan en verdwijnen.
De hedendaagse paasvuren kenmerken zich door hun sociale karakter. De
vroegere
betekenis van het vuur is verdwenen, evenals veel van de gebruiken die het paasvuur
omringden.
Het paasvuur is de plek
waar mensen samenkomen en met buurtgenoten een gezellige avond
feestvieren. Het spontane karakter is
bewaard gebleven. Het paasvuur zorgt voor een stevige
band tussen de bewoners; het vuur is van `de buurt' en bemoeienis van buiten of van
hogerhand
wordt niet op prijs gesteld.
Het Nederlandse paasvuurgebied
bron: http://www.tuttel.com/paasvuren/PDF/drs_Henk_Jan_Solle_paasvuur_scriptie.pdf
|
|