HUNEBED D34     VALTHERWEG

  D34 ligt aan het eind van een zandpad rechts van de weg 
  Odoorn - Valthe.
  
  Een incompleet hunebed en het biedt een verwaarloosde
  aanblik.
  Ooit was het een middelgroot hunebed met 5 dekstenen. 
  Daarvan zijn er nu nog 3 over waarvan er nog één op de 
  poten staat, de 2 andere liggen schots en scheef in het graf. 
  De 10 zij- en 2 sluitstenen komen nauwelijks boven het
  maaiveld uit. Er zijn nog 2 poortzijstenen.
  De voet van de oorspronkelijke heuvel ligt als een ring om het
  hunebed.
  In deze vervallen staat trof van Giffen dit hunebed in 1918 aan.

  Van de oorspronkelije 5 dekstenen ontbreken er 2. 
  De 12 sluit- en zijnstenen zijn er nog, hoewel een paar 
  onzichtbaar onder het zand. Van Giffen ontdekt 1 poortsteen. 
  De voet van de dekheuvel is nog herkenbaar. 

  Bron: Atlas bij "De Hunebedden in Nederland", dr.A.E.van Giffen, 1925

 
  
 
Dit verdwenen hunebed (D33) lag er tot 1959 als een vervallen 
  steenhoop bij en vormde een paar met bovengenoemd 
  hunebed D34; ze lagen slechts 150 m. van elkaar. 
  Deze hoop stenen kreeg van Van Giffen de meest zwartgallige 
  omschrijving: "Het hunebed is geheel verstoord en en 
  verkeert in een allerdroevigsten staat. De oorspronkelijke 
  toestand is vrijwel onherkenbaar". Noch de oorspronkelijke
  richting noch de omvang kon door hem worden vastgesteld. 
  Hij telde 9 stenen in totaal, waarvan hij slechts 1 als deksteen 
  kon aanwijzen. Bij de overige plaatste hij vraagtekens. 
  Misschien daarom dat hij zich later gewonnen gaf om dit 
  steengraf op te offeren voor de renovatie van De Papeloze 
  Kerk (D49) bij Schoonoord.

  

  Bron: Atlas bij "De Hunebedden in Nederland", dr.A.E.van Giffen, 1925

  Prof. Dr. Albert Egges van Giffen (1884 - 1973).
  Befaamd Nederlands archeoloog. Ook wel de "vader van de hunebedden" genoemd en door 
  de Drentse bevolking liefkozend "het Spittertien".
  Grondlegger van universitaire archeologische instituten in Groningen en Amsterdam, 
  oprichter en directeur van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) 
  en de Drents Praehistorische Vereniging, directeur van het Drents Museum, etc etc. 
  Bemoeide zich 50 jaar lang intensief met de hunebedden. Hij onderzocht de inhoud, markeerde
  de plaatsen van ontbrekende draag- en poortstenen, richtte uit het lood geslagen draagstenen
  weer op en zette afgegleden dekstenen weer op hun fundament. Hij conserveerde de
  onmiddellijke omgeving en plaatste handwijzers en bronzen naamplaten. Ook legde hij de 
  locaties van tal van verdwenen hunebedden vast. 
  Zijn werk is van onschatbare waarde voor de archeologie in Nederland geweest.

naar boven