De jeneverbes is de enige boomsoort in
Nederland die bij wet beschermd
is.
Een groot deel van de Nederlandse exemplaren
staat op de Veluwe
en in Drenthe.
De Drentse naam is "dambeern".
Bij ons staan er in de Odoornerdennen mooie
exemplaren bij.
|
Dambeern =
Jeneverbes
Ook:
Dankber, Bambeer, Waggel, Palm, Bekelaar,
Heidewachter, Dampol, Geneure, Imbeer, Krammetbezie,
Lammerenhout, Nijveboom, Prikketakjes, Zeniverboom.
In de jeneverbes zitten oliën die wel gebruikt worden in
badolie. Ook worden de bessen in jenever gebruikt als
smaakmaker.
De jeneverbes behoort tot de cipresfamilie en komt in
ons land alleen
op zandgronden voor.
Ze groeien op droge, voedselarme grond, vaak vroegere
zandverstuivingen.
In het verleden bestond een groot deel van onze
zandgronden uit heide.
Door overbegrazing en het afplaggen van de hei,
verdween de begroeiing,
waarna het zand ging stuiven. Daar waar de bodem weer rust kreeg,
bijvoorbeeld omdat de beweiding met schapen stopte,
sloegen kleine
jeneverbesjes op. Soms zo massaal dat er, zoals bij
Mantinge, een compleet
jeneverbessenbos ontstond.
Doordat de omstandigheden waaronder jeneverbessen zich
verjongen niet
meer bestaan, planten de bomen zich in ons land nauwelijks meer voort.
Door het stoppen van de beweiding kregen andere bomen meer kans en
verandert het jeneverbessenbos in een bos van eiken en berken. Het is dus
van het grootste belang dat het jeneverbessenbos gericht
beheerd wordt.
Opslag van andere bomen wordt weggehaald en er worden open,
zandige
plekken gemaakt waar de bessen kunnen ontkiemen. Zo kunnen we deze
mysterieuze boom misschien voor de toekomst behouden.
In de farmacie worden uit de bes middelen verkregen
om blaasontsteking te
remmen en ook om de maag te versterken. |
|